voor Erreth-Akbe hebben ze respect; over hem spreken ze als was hij een draak en geen mens.

Na mijn terugkeer naar de Binnenste Eilanden bezocht ik dan eindelijk Havnor. Ik was geboren op Gont, een eiland niet ver ten westen van jullie Kargse landen, en had sindsdien heel wat rondgezworven, maar zonder ooit in Havnor geweest te zijn. Nu was er alle reden er eens heen te gaan. Ik zag de witte torens en sprak er met invloedrijke lieden, de kooplieden en vorsten en de heersers over de aloude gewesten. Ik vertelde ze wat ik in mijn bezit had. Ik vertelde ze dat ik met hun instemming bereid was het andere deel van de Ring te gaan zoeken in de Tomben van Atuan, om zo de Verloren Rune te vinden, de sleutel tot vrede. Want vrede hebben we in de wereld bitter hard nodig. Zij waren vol lof over mijn plan en een van hen gaf mij zelfs geld om mijn boot uit te rusten. Ik leerde jullie taal en ging naar Atuan.’ Hij zweeg en staarde voor zich uit in de schaduwen. ‘Hebben de mensen in onze steden je dan niet als een westerling herkend, aan je huidskleur of aan je tongval?’

‘Ach, als je de juiste kunstgrepen kent,’ zei hij afwezig, ‘is het niet zo moeilijk de mensen om de tuin te leiden. Je weeft een paar spreuken van Waan of Verandering en niemand zal erdoorheen kijken tenzij hij ook zelf een tovenaar is. En jullie hier in de Kargse Landen hebben geen tovenaars of wijzen, hoe vreemd dat ook is. Lang geleden hebben jullie al je tovenaars verbannen en het beoefenen der magische kunsten verboden; en op dit moment geloven jullie er nauwelijks meer in.’

‘Men heeft mij geleerd er niet in te geloven. Het is in tegenspraak met de leer der Priesterkoningen. Maar ik weet datje alleen door toverij de Tomben bereikt kunt hebben en er langs de deur van rode rots kunt zijn binnengedrongen.’

‘Niet alleen door toverij, maar ook door goede raad. Wij maken meer gebruik van het schrift dan jullie, denk ik. Kun jij lezen?’

‘Nee. Het is een der zwarte kunsten.’

Hij knikte. ‘Maar een erg nuttige,’ zei hij. ‘Een van de vroegere dieven die niet geslaagd zijn, heeft een beschrijving van de Tomben achtergelaten, en aanwijzingen hoe iemand die de Grote Spreuken van Ontsluiten wist te gebruiken, er binnen kon komen. Dat stond allemaal opgetekend in een boek uit de schatkamer van een der vorsten van Havnor. Hij liet het me lezen. En zo kwam ik in de grote spelonk ..’

‘De Onder krocht.’

‘De dief die de manier om er binnen te komen beschreven had, verkeerde in de mening dat de schat zich daar in de Onderkrocht bevond. Ik begon er te zoeken, maar kreeg het gevoel dat hij beter verborgen moest zijn, dieper in de doolhof. Ik kende de toegang tot het Labyrint en toen ik jou zag, ging ik erheen met de bedoeling me in de doolhof te verbergen en hem tevens te doorzoeken. Dat was natuurlijk volkomen verkeerd. De Naamlozen hadden mij reeds in hun greep en verduisterden mijn verstand. Daarna ben ik alleen maar zwakker en dwazer geworden. Aan hen mag je nooit toegeven, je moet weerstand bieden, je geest altijd op het rechte, zekere spoor houden. Dat wist ik allang. Maar hier, waar zij zo sterk zijn, is dat een moeilijke opgave. Zij zijn geen goden, Tenar, maar zij zijn sterker dan welke mens ook.’

Beiden zwegen geruime tijd.

‘Wat heb je nog meer in de kisten gevonden?’ vroeg zij met matte stem.

‘Niets bijzonders. Goud, juwelen, kronen, zwaarden. Niets waar iemand die thans leeft, nog aanspraak op kan maken... Vertel me eens, Tenar. Hoe ben jij eigenlijk tot Priesteres der Tomben gekozen?’

‘Na de dood van de Eerste Priesteres gaan ze door heel Atuan op zoek naar een meisje dat de nacht waarin de Priesteres stierf, werd geboren. En ze vinden er altijd een. Want zij is de herboren priesteres. Als het kind vijf jaar oud is, brengen ze het hier naar de Plaats. En als zij zes is, wordt zij overgeleverd aan de Naamlozen en. wordt haar ziel hen tot spijs. En dan behoort zij hen toe en heeft zij hen ook altijd toebehoord, sinds de aanvang der tijden. En zij heeft geen naam.’

‘Geloof jij dat?’

‘Ik heb het altijd geloofd.’

‘Geloof je het nu nog?’ Zij gaf geen antwoord.

Weer daalde er stilte over hen neer, vol schaduwen. Geruime tijd later zei ze: ‘Vertel me .. . vertel me over de draken in het westen.’

‘Wat ben je van plan te doen, Tenar? We kunnen hier niet blijven zitten en elkaar verhalen vertellen tot de kaars is opgebrand en het duister ons weer omsluit.’

‘Ik weet niet wat ik doen moet. Ik ben bang.’ Zij zat kaarsrecht op de stenen kist, de handen ineengestrengeld en sprak op schrille toon als werd zij door pijn gekweld. Ze zei: ‘Ik ben bang van het duister.’ Met zachte stem zei hij: ‘Je moet nu kiezen. Je moet ofwel mij hier achterlaten, de deur sluiten, naar je altaren gaan en me aan de Naamlozen overleveren; vervolgens ga je dan naar Kossil en sluit vrede met haar — dat is dan het eind van het verhaal -; ofwel je doet de deur open en gaat — met mij — naar buiten. Je verlaat dan de Tomben, je verlaat Atuan en steekt met mij de zee over. En dat is het begin van het verhaal. Je moet Arha zijn, of je moet Tenar zijn. Beide tegelijk is onmogelijk.’. Zijn diepe stem klonk vriendelijk en beslist. Zij keek door de schaduwen heen naar zijn gezicht, hoekig en geschonden, maar zonder wreedheid, zonder bedrog.

‘Als ik de dienst der Naamlozen verloochen, zullen zij mij doden. Als ik deze plaats verlaat, zal ik sterven.’

‘Niet jij, Arha zal sterven.’

‘Ik kan niet…’

‘Om herboren te worden, moet je sterven, Tenar. Het is niet zo moeilijk als het er van gene zijde uitziet.’

‘Wij hebben de Ring van Erreth-Akbe.’

‘Ze zullen ons niet laten gaan. Nooit’

‘Misschien niet. Toch is het de moeite van een poging waard. Jij hebt kennis en ik vaardigheid, en samen hebben wij.. .’Hij hield in.

‘Wij hebben de Ring van Erret-Akbe.’

‘Ja, dat ook. Maar ik dacht nog aan iets anders dat ons bindt. Noem het maar vertrouwen.... Dat is een van de namen ervoor. Het is iets erg belangrijks. Hoewel ieder van ons op zichzelf zwak is, zijn we daardoor sterk, sterker dan de Machten van het Duister.’Zijn ogen stonden helder en glanzend in zijn geschonden gezicht. ‘Luister, Tenar,’ zei hij. ‘Ik kwam hierheen als een dief, een vijand die je bedreigde; en jij was me genadig en had vertrouwen in me. En ik had vertrouwen in je vanaf het eerste moment dat ik je gezicht zag, dat ene ogenblik in de grot onder de Tomben, een straal van schoonheid in de duisternis. Jij hebt blijk gegeven van je vertrouwen in mij. Ik heb dat nog niet beantwoord. Ik zal je geven wat ik je geven kan. Mijn ware naam is Ged. En dit geef ik aan jou in bewaring.’

Hij was opgestaan en reikte haar een halvemaanvormig stuk zilver toe, met gaten en gekerfde tekens. ‘Laat de ring weer gevoegd worden,’ zei hij.

Zij nam het uit zijn hand. Zij nam de zilveren ketting waaraan het andere deel hing, van haar hals en haalde het eraf. Zij legde de twee stukken in de palm van haar hand zodat de gebroken uiteinden tegen elkaar lagen, en het leek of de Ring weer heel was. Zij hief het hoofd niet op. ‘Ik ga met je mee,’ zei ze.

De toorn van het duister

Toen ze dat zei, legde de man die Ged heette, zijn hand over de hare waarin de talisman lag. Verrast keek zij op en zag zijn lachend gezicht, stralend van leven en zegepraal. Zij raakte in verwarring en kreeg angst voor hem.

‘Je hebt ons beiden verlost,’ zei hij. ‘Uit eigen kracht alleen kan niemand zijn vrijheid winnen. Kom, laten we geen tijd verspillen zolang we die nog hebben. Maak je hand weer open, even maar.’ Zij had haar vingers over de stukken zilver gesloten, maar op zijn verzoek liet zij ze hem weer zien op haar open handpalm, de gebroken einden tegen elkaar. Hij nam ze haar niet af, maar legde zijn vingers erop. Hij sprak een paar woorden uit en plotseling parelde er zweet op uit zijn voorhoofd. Zij voelde een vreemde tinteling over haar hand gaan alsof er een klein dier had liggen slapen en zich nu bewoog. Ged zuchtte; zijn lichaam ontspande zich en hij wreef over zijn voorhoofd. ‘Kijk,’ zei hij en hij nam de Ring van Erreth-Akbe en schoof hem over de vingers van haar rechterhand en strak om de breedte van haar hand omhoog naar de pols. ‘Kijk,’ zei hij met een blik van voldoening. ‘Hij past. Het moet de armband van een vrouw geweest zijn, of van een kind.’

Вы читаете De tomben van Atuan
Добавить отзыв
ВСЕ ОТЗЫВЫ О КНИГЕ В ОБРАНЕ

0

Вы можете отметить интересные вам фрагменты текста, которые будут доступны по уникальной ссылке в адресной строке браузера.

Отметить Добавить цитату