‘Ach, als je in sprookjes en legenden wilt geloven… Ik geloof geen moment dat het Malkallam is die achter dit alles zit. De man heeft jaren met veel succes als heelmeester gewerkt, hij weet enorm veel van geneeskrachtige kruiden. Maar toen is er iets akeligs gebeurd met hem en is hij verdwenen. De mensen zeiden dat hij het bos in getrokken was, en zich daar omringde met vreemde verschijnselen en duistere machten.’

‘Wat is er dan gebeurd?’ vroeg Will.

Orman haalde zijn schouders op. Daar had hij meteen spijt van, want hij kreunde weer van pijn voordat hij antwoord gaf. ‘Wie weet? Misschien begonnen de mensen ergens te denken dat hij geen heelmeester maar een tovenaar was. Dat komt vaker voor — iemand ontwikkelt een bepaalde vaardigheid die niet helemaal normaal gevonden wordt, en voor je het weet geloven de mensen dat het om tovenarij gaat!’ Hij keek Will veelbetekenend aan, terwijl hij weer op adem kwam na die lange zin. ‘Jij als Grijze Jager zou dat moeten weten en begrijpen!’

Will kon hem alleen maar gelijk geven. Dat was inderdaad precies wat veel mensen van de Jagers dachten. En, besefte hij, Alyss en hij hadden al ontdekt dat een hoop van de toverkunsten van Malkallam niet meer waren dan trucjes, hoe ingewikkeld ook. Maar toch…

‘Durft u het wel aan?’ vroeg hij. ‘Er zitten een hoop zwakke kanten aan uw plan.’

Orman gunde hem een dunne glimlach. Maar veel vreugde en blijdschap zat daar niet achter.

‘De vraag is eerder of ik het me kan permitteren om het niet aan te durven,’ antwoordde hij. ‘Malkallam is de enige persoon in een straal van honderden kilometers die misschien in staat is om het vergif te herkennen dat ze me hebben toegediend, en die me dan een tegengif zou kunnen geven. Zonder hem val ik zeker weg in een diepe slaap. En dan ga ik ook dood.’

Will dacht diep na. De heer van het kasteel had gelijk, besloot hij. Malkallam was een gok, maar veel andere mogelijkheden waren er niet.

De deur ging open. Het was Xander. Zodra de secretaris binnen was, zag Will aan zijn gezicht dat hij slecht nieuws had.

‘Heer, ik kon haar niet bereiken. Kerens mannen zitten nu overal.’

Orman vloekte terwijl er weer een pijnscheut door hem heen ging. Xander liep al naar zijn meester, maar Will hield hem tegen. Hij voelde een kille hand om zijn hart.

‘Wat bedoel je? Hebben ze je tegengehouden?’ zei hij en voegde daar op beschuldigende toon aan toe: ‘Je hebt het niet eens geprobeerd, he?’

De kleine secretaris gaf geen krimp en keek hem aan. ‘Ik heb het niet meer geprobeerd toen ik zag dat ze er waren, want dan hadden ze me gezien. En ik wilde vrouwe Gwendolyn niet onnodig in gevaar brengen!’

Will greep de man bij zijn vest en trok hem naar zich toe. ‘Wat ben je voor een slappeling!’ schreeuwde hij. ‘Wat bedoel je, “in gevaar brengen”?’

Xander keek hem nog steeds recht aan zonder enige blijk van angst te geven. Maar hij probeerde zich ook niet los te maken uit Wills greep.

‘Denk toch even na, Jager. Ze zien me haastig met een boodschap naar Gwendolyn lopen. En dan nog geen uur later verdwijnen wij met zijn drieen uit het kasteel. Denk je heus dat Keren dan niet het een aan het ander koppelt en beseft dat zij met jullie samenwerkt?’

Langzaam liet Will de man los en de secretaris deed een stapje naar achteren, terwijl hij zijn kleren weer recht trok. Ergens had hij wel gelijk, dacht Will. Elke poging om Alyss te waarschuwen bracht haar nu waarschijnlijk in gevaar. Maar stel dat ze Buttel tegenkomt, en dat die haar herkent… Op de een of andere manier moest hij haar waarschuwen.

‘Ik moet haar helpen,’ zei hij.

Orman schudde vermoeid zijn hoofd. ‘Daar is het nu te laat voor,’ zei hij. ‘Als Xander gelijk heeft en Kerens mannen de boel overgenomen hebben, dan betekent dat misschien wel dat hij nu zijn snode plannen wil uitvoeren. In dat geval hebben we nog maar een paar minuten om hier weg te komen.’

Will werd nu echt boos en barstte los. ‘Denken jullie alleen maar aan je eigen hachje dan?’ vroeg hij. ‘Je eigen veiligheid? Donder dan maar op. Ik laat mijn vrienden niet in de steek als ze me nodig hebben.’

Orman zei niets. Maar tot Wills verrassing kwam de kleine secretaris op hem af en legde een kalmerende hand op zijn arm.

‘Heer Orman heeft gelijk,’ zei hij rustig. ‘Jullie kunnen maar het beste nu meteen weggaan hier. Als je in het kasteel tegengehouden wordt, dan staat niets Keren in de weg om hem, jou en je vriendin te vermoorden. Begrijp je dat dan niet?’

Will aarzelde. Ergens diep van binnen wist hij dat zijn opdracht het belangrijkste was, en dat Xander dus gelijk had. Zijn eerste en belangrijkste verantwoordelijkheid was Orman in veiligheid te brengen — nu hij ervan overtuigd was dat Orman geen opstandige krijgsheer of tovenaar was. Maar dat betekende nog steeds dat hij dan Alyss achter moest laten.

‘Je verspilt de weinige tijd die ons rest,’ zei Orman op rustige toon. ‘Kijk, misschien snappen ze je vriendin, en misschien ook niet. Maar als ze ons allemaal te pakken krijgen, dan is er ook geen enkele reden voor Keren om haar niet te doden — zeker niet als hij ontdekt dat ze eigenlijk een diplomatieke koerierster is. Zolang hij mij niet heeft kan hij het kasteel en de titel niet opeisen, en dan moet hij altijd wisselgeld achter de hand houden. Je kunt dan bijvoorbeeld altijd voorstellen om mij tegen Gwendolyn te ruilen, als je dat zou willen. Dan weet je zeker dat hij haar geen haar zal krenken.’ Even wachtte hij om dit tot Wills hersenen te laten doordringen. ‘Ik neem aan dat dat niet haar echte naam is, Gwendolyn?’

‘Nee, ze heet Alyss,’ zei Will met zijn gedachten ergens anders. Hij dacht na over de woorden van Orman. Er zat enige logica in. Als ze allemaal gevangen genomen werden hoefde Keren hen niet in leven te laten. Maar als hij met Orman kon ontsnappen, dan kon hij de man altijd gebruiken om te onderhandelen. Hij vroeg zich af of hij inderdaad bereid zou zijn om de kasteelheer te ruilen voor Alyss, en besloot dat — als het ooit zover mocht komen — het antwoord op die vraag ‘ja’ zou zijn.

‘Goed dan,’ zei hij ineens, ‘we gaan ervandoor.’ Hij wachtte even, bracht zijn verwarde gedachten op orde en deelde toen een paar korte bevelen uit.

‘Pak alles bij elkaar wat u mee wilt nemen,’ zei hij tegen Orman. ‘En denk eraan, we kunnen niet veel bagage meenemen. Doe warme kleren aan, een dikke mantel en stevige laarzen. Ik denk dat we buiten zullen moeten slapen. Ik ga naar de stal en zadel twee paarden.’ Hij wachtte even, keek naar de secretaris en verbeterde zichzelf. ‘Drie paarden. Xander, kun jij heer Orman naar de oostelijke donjonpoort brengen zonder al te veel aandacht te trekken?’ De ingang aan de oostkant kwam uit op de binnenhof, recht tegenover de stallen.

De kleine secretaris knikte bevestigend. ‘Er is daar een trappenhuis dat alleen door bedienden gebruikt wordt. Dat kunnen we wel nemen,’ zei hij.

Will knikte goedkeurend. ‘Goed, als jullie daar dan over een minuut of tien zijn? Dan zorg ik dat de paarden in de stal klaarstaan. En zodra ik jullie naar buiten zie komen breng ik die naar jullie toe.’

‘En dan?’ vroeg Orman.

‘Dan rijden we zo hard we kunnen naar de buitenpoort,’ antwoordde Will.

Ondanks zijn pijn moest de man grimlachen. ‘Dat is geen klassiek voorbeeld van strategisch denken, of wel?’

Will haalde zijn schouders op. ‘Als u wilt kunnen we ook een geheime tunnel graven, of ons verkleden. Maar tegen de tijd dat we dat voor elkaar hebben zijn we waarschijnlijk dood. Dus kunnen we beter snel zijn en hen verrassen. Ik neem aan dat op de muren nog steeds her en der mannen staan die u trouw gebleven zijn?’

Orman knikte. ‘Een paar. Maar niet veel meer.’

‘Goed.’ Will keek naar Xander. ‘Breng hem naar de buitendeur, via die trap van je. Als Keren en zijn mannen besluiten hier op bezoek te komen, wil ik niet dat jullie als ratten opgesloten zitten. Als ze jullie niet thuis treffen, winnen we misschien weer een paar minuten tijd. Misschien weten ze nog niet dat we hen doorhebben. Over tien minuten dus,’ herhaalde hij.

De twee andere mannen knikten dat ze het begrepen hadden. Will liep snel naar de deur, deed deze op een kier open en keek naar buiten. Er was niemand in het voorvertrek. Xander had blijkbaar de sergeant en zijn mannen weg weten te sturen. Will liep gehaast de kamer door, naar de volgende deur en keek ook daar of er iemand op wacht stond. Ook de gang was geheel verlaten. Aan het eind stonden twee wachters, maar gezien de ongeinteresseerde blik zijn kant op leken ze niet erg op hun hoede. Zichzelf tot een normaal tempo dwingend liep Will naar het trappenhuis en verder naar beneden.

Вы читаете De Magier van Macindaw
Добавить отзыв
ВСЕ ОТЗЫВЫ О КНИГЕ В ИЗБРАННОЕ

0

Вы можете отметить интересные вам фрагменты текста, которые будут доступны по уникальной ссылке в адресной строке браузера.

Отметить Добавить цитату