gevaarlijke fles staarde. Hij vroeg zich af of vijlen toch niet veiliger zou zijn. Het idee dat hij daarboven met iets liep te zwaaien dat zelfs ijzer zou opvreten leek hem maar niets.

‘Echt waar, er kan je verder niets gebeuren,’ herhaalde Malcolm. Will voelde dat Xander weer bezwaar ging maken.

‘Hou op, Xander,’ zei hij kortaf, zonder de secretaris zelfs maar aan te kijken. Xander hield zich in en Malcolm knikte tevreden. Toen wees hij weer op de fles. ‘Luister, er zit een glazen flesje in die leren zak, en daarin zit dat zuur. En daaromheen zit een laag stro, en die zak zelf is van heel dik leer gemaakt. Je zou het geheel flink hard tegen een muur moeten slaan om dat flesje te breken. Alhoewel het natuurlijk altijd kan gebeuren.’

‘Je beseft wel dat ik een dertig meter hoge toren ga beklimmen, niet? De mogelijkheid dat ik ergens hard tegen aan sla is dus helemaal niet denkbeeldig.’

Malcolm knikte. ‘Ja, dat begrijp ik. Je moet het dus zo dragen dat je het ook snel kwijt kunt als het nodig is. Als je het glas hoort breken heb je nog ongeveer tien seconden voor het spul door het leer heen komt.’

‘Doe het dus maar niet in je onderbroek,’ zei Xander, die zowaar weer kon gniffelen. Dit keer keken zowel Malcolm als Will hem boos aan.

‘Het is jammer dat ik geen tovenaar ben,’ merkte Malcolm op. ‘Ik zou je zo in een pad veranderen.’

‘Volgens mij heeft iemand dat al gedaan,’ voegde Will eraan toe.

Xander keek alsof hij zich diep gekwetst voelde. ‘Ik maakte maar een grapje, hoor!’ zei hij verongelijkt. De twee anderen zeiden niets en hij kroop een paar passen van hen weg, zachtjes mopperend over sommige mensen die niet tegen een geintje konden. Maar na een paar seconden en een ijskille blik van Will hield hij zich rustig.

‘De maan gaat bijna onder,’ merkte Malcolm op. Will keek naar de smalle sikkelvorm aan de hemelboog. De maan stond nog maar net boven de horizon. Over een paar minuten zou het pas echt donker worden, althans donkerder werd het dan niet meer. ‘Nou, dan ga ik maar,’ zei hij.

Hij kwam half overeind, maar wachtte nog even. Een paar minuten lang nam hij het landschap in zich op, het natuurlijke ritme van de nacht — hoe de struiken zachtjes bewogen in de wind, hoe schaduwen over het land schoven. Voor hem strekte zich een wild patroon uit van lichte en donkere vlakken die subtiel leken te bewegen. Hij liet het landschap tot zich doordringen, en maakte zich gereed om erin op te gaan.

En toen ging hij op weg. Hij gleed als het ware de omgeving binnen, in een natuurlijk ritme dat dat van de nacht zelf volgde. Malcolm en Xander keken toe, en hoewel ze precies wisten waar hij was en waarheen hij liep, leek hij al na twintig meter opgeslokt te worden door het patroon van licht en donkere schaduwen, en de bewegingen van grassen en struiken. Hij loste als het ware op in het niets. Het ene moment was hij er nog, het volgende was hij verdwenen.

Malcolm hoorde Xander naar adem snakken. Voor een keer was zelfs de kleine secretaris zo verrast dat hij geen bijtende opmerking meer kon uitbrengen.

‘Zag je dat?’ vroeg hij, zich naar Malcolm omdraaiend. De heelmeester schudde langzaam zijn hoofd.

‘Nee, ik zag niets,’ antwoordde hij. ‘En dat, mijn vriend, is juist zo vreemd.’

HOOFDSTUK 35

Hoog in haar torencel maakte Alyss zich grote zorgen.

Toen Buttel haar eenmaal had herkend, had het weinig zin meer om nog vol te houden dat zij een tuttige adellijke dame was, onderweg naar haar verloofde. Maar vreemd genoeg had Keren niet eens geprobeerd om meer informatie uit haar te persen. Hij trok een paar diepe rimpels in zijn voorhoofd, riep de wacht en liet haar escorteren naar deze hooggelegen gevangenis. Max, met alleen een dolk aan zijn riem, die meer voor de versiering diende dan om te gebruiken, wilde haar nog wel verdedigen, maar zij had hem tegengehouden. Ze wilde er niet verantwoordelijk voor zijn dat hij zinloos zou sneuvelen. Dus hadden ze hem en haar twee kameniersters ook opgepakt en ergens anders vastgezet. En ongetwijfeld zou haar soldaten, die in het kazernedeel van het slot bij de andere militairen gelegerd waren, hetzelfde lot treffen.

Eigenlijk maakte ze zich nog het meeste zorgen vanwege het feit dat Keren helemaal niets leek te doen. Het scheen hem allemaal nauwelijks te interesseren. Het was haar nu wel duidelijk dat al die vreemde gebeurtenissen in kasteel Macindaw vooral met hem te maken hadden. Maar wat was zijn doel? Het meest voor de hand liggend was nog dat hij zelf van plan was om dat te doen, waar hij Orman en Will van beschuldigde — het kasteel en het land eromheen overgeven aan de Scoti. Nu hij de rechten van zowel Syron als Orman zo vreselijk geschonden had, kon hij immers niet verwachten dat koning Duncan hem ooit nog zou erkennen als heer van Macindaw. Zijn enige alternatief was dus buiten het rijk op zoek te gaan naar een of andere beloning.

Maar wat hij ook van plan was, het was duidelijk dat het niet veel goeds kon zijn. Het was daarom extra vreemd dat hij niet eens geprobeerd had om haar te ondervragen over wat zij en Will daar deden, en hoeveel zij wisten. Eerlijk gezegd had ze zich er al helemaal op voorbereid dat ze hardhandig ondervraagd zou worden, of zelfs gemarteld.

Geschrokken draaide ze zich dus om toen de deur van haar cel openging en Keren naar binnen liep.

Even keek hij het vertrek rond met het schamele meubilair: een tafel met twee rechte stoelen, een houten bed met een stromatras en twee versleten dekens. Er was wel een haard en daarin brandde een klein vuurtje. Er stond ook een olielamp op tafel, met een gepolijste metalen reflector, zodat er nog enig licht scheen in de kamer. Het raam was voorzien van verticale tralies, en er hing een gordijn naast dat als het dichtgetrokken werd de ergste wind buiten zou houden. Maar nu hing het ongebruikt aan de muur.

‘Een beetje comfortabel hier?’ vroeg Keren opgewekt.

‘Het kon erger,’ luidde Alyss’ antwoord.

Hij knikte enthousiast. ‘O ja, dat kon het zeker. En ik hoop dat je dat goed onthoudt!’

‘Ik neem aan dat er met mijn mensen niets gebeurd is?’

Keren haalde onverschillig zijn schouders op. ‘Die zitten allemaal netjes in de kerkers. Niet zo comfortabel als jij, maar wel achter een dikke sterke deur. Een van je mannen protesteerde wat. Die is dus licht gewond, maar hij komt er vast wel weer bovenop.’

‘Ik hoop niet dat je verwacht dat ik je daarvoor bedank,’ merkte Alyss op.

Weer haalde hij zijn schouders op, die lijfwacht van haar interesseerde hem niet. Hij wees naar de tafel en stoelen. ‘Kom, laten we even gaan zitten. We moesten maar eens praten.’

Het is dus begonnen, dacht Alyss. Ze keek hem wantrouwend aan. Ze wist dat het geen zin had om zich te verzetten, en dus liep ze naar de tafel, schoof een van de stoelen naar achteren en ging met rechte rug zitten.

Keren liet zich op de andere stoel vallen en zakte meteen onderuit. Hij grijnsde breed naar haar.

‘Kindje, ontspan je toch! Ik wil je alleen een paar vragen stellen, meer niet.’ Hij greep in zijn broekzak en haalde een vreemde blauwe edelsteen tevoorschijn, ongeveer zo groot als een kwartelei. Die steen rolde hij heen en weer tussen zijn handen en vingers. Een zenuwensteen, dacht Alyss. Ze had wel eens gehoord dat er mensen waren die zo’n steen hadden om zichzelf te kalmeren. Misschien was die Keren niet zo ontspannen als hij deed voorkomen.

‘Voor die vragen ben ik niet zo benauwd,’ zei Alyss. ‘Eerder voor wat er zal gebeuren als je geen antwoorden krijgt!’

De grijns verdween van zijn gezicht en hij keek haar aan, alsof ze hem echt pijn had gedaan. ‘Je denkt toch niet echt dat ik je ga martelen?’ zei hij. ‘Ik ben geen monster, hoor. Ik ben toch een ridder!’

‘Maar blijkbaar zijn je een paar van je ridderlijke plichten en verplichtingen ontschoten,’ wierp Alyss tegen.

Hij aarzelde alvorens haar te antwoorden. ‘Hmm. Misschien lijkt dat zo. Het is gemakkelijk om er zo tegen aan te kijken, als je niet alles weet. Luister, jarenlang heb ik ervoor gezorgd dat dit kasteel sterk en goed verdedigd bleef. Ik vroeg daar niet veel voor, van Syron — een beetje erkenning, een beetje dankbaarheid voor al mijn inspanningen. Maar nee hoor. Hij had alleen maar aandacht voor die zoon van hem. Voor mij bleef er niets over. Niet eens de garantie dat ik mijn werk zou houden als Orman de zaken overnam. Ik heb het grootste deel van mijn werkzame leven gewijd aan het verdedigen van de grens van ons rijk, en wat kreeg ik daarvoor? Niet meer dan wat een huursoldaat betaald krijgt. Ik had beter verdiend.’

Вы читаете De Magier van Macindaw
Добавить отзыв
ВСЕ ОТЗЫВЫ О КНИГЕ В ИЗБРАННОЕ

0

Вы можете отметить интересные вам фрагменты текста, которые будут доступны по уникальной ссылке в адресной строке браузера.

Отметить Добавить цитату