balans gevoeld.’
‘Het is voor mijn zoon bestemd.’
‘U hebt goed werk verricht, meester Mott,’ zei heer Tywin tegen de wapensmid. ‘Mijn hofmeester zal de betaling afhandelen. En niet vergeten, robijnen voor de zwaardscheden.’
‘Zeker, heer. U bent heel royaal.’ De man vouwde de oliedoek om de zwaarden heen, schoof de bundel onder een arm en zonk op zijn knie. ‘Het is mij een eer de Hand des Konings te dienen. Ik zal de zwaarden een dag voor de bruiloft komen brengen.’
‘Denkt u daar goed om.’
Toen de wachters de wapensmid hadden uitgelaten klauterde Tyrion op een stoel. ‘Dus… een zwaard voor Joff, een zwaard voor Jaime, en niet eens een dolk voor de dwerg. Staan de zaken zo, vader?’
‘Er was genoeg staal voor twee klingen, niet voor drie. Als je een dolk nodig hebt, neem er dan een uit de wapenkamer. Robert heeft er een heleboel nagelaten. Gerion heeft hem als huwelijkscadeau een vergulde dolk met een ivoren heft en een saffieren knop gegeven, en de helft van de gezanten aan zijn hof probeerde bij zijne genade in de gunst te komen door hem met juwelen versierde messen en met zilver ingelegde zwaarden te geven.’
Tyrion glimlachte. ‘Ze hadden hem meer plezier gedaan door hem hun dochters aan te bieden.’
‘Ongetwijfeld. Het enige mes dat hij gebruikte was het jachtmes dat hij als jongen van Jon Arryn had gekregen.’ Heer Tywin wuifde met een hand ten teken dat hij genoeg had van koning Robert en zijn vele messen. ‘Wat heb je op de rivieroever aangetroffen?’
‘Modder,’ zei Tyrion, ‘en een paar dode dingen waarvan niemand de moeite had genomen ze te begraven. Voor we de haven weer kunnen openen moeten we het Zwartewater uitbaggeren en de gezonken schepen in duigen slaan of bergen. Driekwart van de kaden moet gerepareerd worden en een aantal moet misschien afgebroken en herbouwd worden. De vismarkt is compleet weggevaagd en zowel de Rivierpoort als de Koningspoort zijn door de rammen van Stannis aan splinters geslagen en moeten vervangen worden. Ik huiver als ik aan de kosten denk.’
‘Je zult het benodigde goud wel weten te vinden.’
‘O ja? Waar dan? De schatkist is leeg, dat heb ik al eens gezegd. We hebben de alchemisten nog niet afbetaald voor het vele wildvuur, noch de smeden voor mijn keten, en Cersei heeft beloofd de kroon de helft van de kosten voor Joffs bruiloft te laten betalen — zevenenzeventig gangen, verdomme nog aan toe, duizend gasten, en een pastei vol duiven, zangers, jongleurs…’
‘Extravagantie heeft zijn nut. We moeten de macht en de rijkdom van de Rots van Casterling ten overstaan van het hele rijk tentoonspreiden.’
‘Dan zou de Rots van Casterling misschien ook moeten betalen.’
‘Waarom? Ik heb Pinkjes boekhouding ingezien. De inkomsten van de kroon zijn tien keer zo hoog als onder Aerys.’
‘En de uitgaven ook. Met geld was Robert net zo gul als met zijn lul. Pinkje heeft fors geleend. Van u, onder andere. Ja, de inkomsten zijn aanzienlijk, maar nauwelijks genoeg om de woekerrente op Pinkjes leningen af te betalen. Wilt u de schulden van de kroon aan het huis Lannister kwijtschelden?’
‘Doe niet zo absurd.’
‘Dan zijn zeven gangen misschien ook genoeg. Driehonderd gasten in plaats van duizend. Voor zover ik weet is een huwelijk even bindend zonder een dansende beer.’
‘De Tyrels zullen ons voor krenterig houden. Ik wil die bruiloft en de rivieroever. Als je dat niet kunt betalen, zeg dat dan, zodat ik een muntmeester kan zoeken die het wel kan.’
De schande om zo gauw alweer ontslagen te worden zou Tyrion niet snel op zich laden. ‘Ik vind dat geld wel.’
‘Zeker,’ verzekerde zijn vader hem, ‘en als je toch bezig bent, zie dan ook het bed van je vrouw te vinden.’
‘Het doet me genoegen dat je dat weet. Misschien moet je dan nu meer te weten zien te komen van de vrouw die het met je deelt.’
‘Als de bedienden van je vrouw je niet zinnen, ontsla ze dan en stel andere aan die je beter bevallen. Dat is je goed recht. Mij gaat het om je vrouws maagdenvlies, niet om haar dienstmaagden. Ik begrijp die… teergevoeligheid niet. Je schijnt er geen moeite mee te hebben met hoeren naar bed te gaan. Zit dat meisje Stark anders in elkaar?’
‘Waarom vindt u het verdomme zo belangrijk in wie ik mijn pik steek?’ wilde Tyrion weten. ‘Sansa is te jong.’
‘Ze is oud genoeg om vrouwe van Winterfel te worden als haar broer sterft. Bezit haar, en je bent weer een stapje dichter bij het bezit van het noorden. Maak haar zwanger en de buit is bijna binnen. Moet ik je eraan herinneren dat een huwelijk dat niet voltrokken is ongeldig verklaard kan worden?’
‘Door de Hoge Septon of een concilie des Geloofs. De Hoge Septon die we nu hebben is een afgerichte zeehond die op commando leuk kan blaffen. Uilebol zal mijn huwelijk nog eerder annuleren dan hij.’
‘Misschien had ik Sansa Stark dan beter aan Uilebol kunnen uithuwelijken. Die had allicht geweten wat hij met haar moest doen.’
Tyrions handen klemden zich om de leuningen van zijn stoel. ‘Ik heb nu wel genoeg gehoord over de maagdelijkheid van mijn echtgenote. Maar als we het toch over huwelijken hebben, waarom hoor ik niets over de aanstaande trouwpartij van mijn zuster? Het staat me bij…’
Heer Tywin viel hem in de rede. ‘Hamer Tyrel heeft nee gezegd op mijn aanbod, Cersei aan zijn erfgenaam Willas uit te huwelijken.’
‘Onze lieve Cersei geweigerd?’ Tyrions stemming werd een stuk beter.
‘Toen ik die verbintenis voor het eerst aan hem voorstelde leek heer Tyrel er niet onwelwillend tegenover te staan,’ zei zijn vader. ‘De volgende dag was alles veranderd. Daar zat dat ouwe mens achter. Haar zoon zit vreselijk bij haar onder de plak. Varys beweert dat ze tegen hem gezegd heeft dat je zuster te oud en te “gebruikt” was voor haar dierbare eenbenige kleinzoon.’
‘Dat zal Cersei wel fijn gevonden hebben.’ Hij lachte.
Heer Tywin zond hem een kille blik toe. ‘Ze weet het niet. En ze zal het ook niet te weten komen. Het is beter voor ons allemaal dat dit aanbod nooit gedaan is. Denk erom, Tyrion. Dit aanbod is nooit gedaan.’
‘Welk aanbod?’ Tyrion vermoedde dat heer Tyrel weleens spijt zou kunnen krijgen van zijn bedankje.
‘Je zuster zal trouwen. De vraag is met wie. Ik heb verscheidene ideeen…’ Maar voor hij daar aan toekwam werd er op de deur geklopt. Een wachter stak zijn hoofd naar binnen om grootmaester Pycelle aan te kondigen. ‘Laat maar binnenkomen,’ zei heer Tywin.
Pycelle kwam binnenwankelen met een stok en bleef net lang genoeg stilstaan om Tyrion een blik toe te werpen die melk zou doen stremmen. Zijn eens zo weelderige witte baard, die iemand onbegrijpelijkerwijs had afgeschoren, groeide nu dunnetjes en donzig weer aan maar liet de onooglijke roze kwabben die onder aan zijn kin bungelden onbedekt. ‘Heer Hand,’ zei de oude man en boog zo diep dat hij net niet omviel, ‘er is nog een vogel uit Slot Zwart gekomen. Wellicht kunnen we daar onder vier ogen over spreken?’
‘Dat is niet nodig.’ Heer Tywin wuifde grootmaester Pycelle naar een stoel. ‘Tyrion mag blijven.’
