Pycelle schraapte zijn keel, hetgeen met het nodige gekuch en gerochel gepaard ging. ‘De brief komt van dezelfde Bouwen Mars die de vorige heeft gestuurd. De kasteelheer. Hij schrijft dat heer Mormont bericht heeft gezonden over wildlingen die in groten getale zuidwaarts trekken.’

‘De gebieden achter de Muur zijn onleefbaar voor grote aantallen mensen,’ zei Tywin. ‘Die waarschuwing is niet nieuw.’

‘Deze laatste wel, heer. Mormont heeft vanuit het spookwoud een vogel gestuurd met het bericht dat hij werd aangevallen. Sindsdien zijn er nog meer raven teruggekeerd, maar geen enkele met een brief. Die Bouwen Mars vreest dat heer Mormont gesneuveld is, en zijn hele krijgsmacht met hem.’

Tyrion had de oude Jeor Mormont met zijn barse optreden en zijn pratende vogel wel gemogen. ‘Is dat zeker?’ vroeg hij.

‘Nee,’ gaf Pycelle toe, ‘maar geen van Mormonts mannen is tot nog toe teruggekomen. Mars vreest dat ze door de wildlingen zijn gedood en dat de volgende aanval de Muur zelf zal gelden.’ Hij frummelde in zijn gewaad en vond het papier. ‘Hier is zijn missive, heer, een smeekbede aan alle vijf de koningen. Hij wil manschappen, zoveel als we hem kunnen sturen.’

‘Vijf koningen?’ zei zijn vader geergerd. ‘In Westeros is maar een koning. Laten die idioten in het zwart dat goed bedenken als ze willen dat zijne genade zich iets aan hen gelegen laat liggen. Als u antwoord stuurt, meld hem dan dat Renling dood is en dat de anderen verraders en bedriegers zijn.’

‘Ze zullen ongetwijfeld blij zijn dat te vernemen. De Muur is een wereld op zich en nieuws dringt slechts traag tot hen door.’ Pycelles hoofd wiebelde op en neer. ‘Wat moet ik Mars schrijven betreffende de manschappen waar hij om vraagt? Moeten we de raad bijeenroepen…’

‘Niet nodig. De Nachtwacht is een bende dieven, moordenaars en laaggeboren kinkels, maar ik bedenk me dat ze met de juiste discipline misschien het tegendeel kunnen bewijzen. Als Mormont inderdaad dood is moeten de zwarte broeders een nieuwe opperbevelhebber kiezen.’

Pycelle wierp Tyrion een slinkse blik toe. ‘Een uitstekend idee, heer. Ik weet precies wie. Janos Slink.’

Dat beviel Tyrion helemaal niets. ‘De zwarte broeders kiezen hun bevelhebber zelf,’ bracht hij hun in herinnering. ‘Heer Slink is nieuw op de Muur. Dat weet ik, want ik heb hem er zelf heen gestuurd. Waarom zouden ze hem verkiezen boven tien anderen die er al langer zijn?’

‘Dat zal ik je uitleggen,’ zei zijn vader, op een toon die liet doorschemeren dat Tyrion een simpele ziel was. ‘Als ze niet kiezen wie wij willen is hun Muur gesmolten voor de eerstvolgende man hem te zien krijgt.’

Ja, dat zou wel werken. Tyrion schoof naar voren. ‘Janos Slink is de verkeerde man, vader. We zouden een betere hebben aan de commandant van de Schaduwtoren. Of Oostwacht-aan- Zee.’

‘De commandant van de Schaduwtoren is een Mallister van Zeegaard. Oostwacht staat onder bevel van een ijzerman.’ Heer Tywins toon sprak boekdelen: die zou hij geen van tweeen kunnen gebruiken.

‘Janos Slink is een slagerszoon,’ was Tyrion gedwongen zijn vader in herinnering te brengen. ‘U hebt zelf gezegd…’

‘Ik weet heus wel wat ik gezegd heb. Maar Slot Zwart is Harrenhal niet. De Nachtwacht is de koninklijke raad niet. Voor ieder werk een werktuig, en een werktuig voor ieder werk.’

Tyrion stoof woedend op. ‘Heer Janos is een leeg harnas dat zich aan de hoogste bieder verkoopt.’

‘Dat lijkt mij een punt in zijn voordeel. Wie biedt er hoger dan wij?’ Hij wendde zich tot Pycelle. ‘Stuur een raaf. Schrijf dat koning Joffry de dood van opperbevelhebber Mormont diep betreurt, maar helaas geen mannen kan missen zolang er nog zo veel rebellen en usurpatoren in het veld zijn. Laat doorschemeren dat dat weleens heel anders zou kunnen liggen zodra de troon veilig gesteld is… vooropgesteld dat de koning volledig op het hoofd van de Wacht kan vertrouwen. Vraagt u tot slot aan Mars of hij de allerhartelijkste groeten van zijne genade aan zijn trouwe vriend en dienaar heer Janos Slink wil overbrengen.’

‘Ja, heer.’ Pycelles verwelkte hoofd deinde weer op en neer. ‘Ik zal schrijven wat de Hand beveelt. Met groot genoegen.’

Ik had beter zijn hoofd kunnen afknippen dan zijn baard, peinsde Tyrion. En Slink had beter samen met zijn dierbare vriend Allar Diem uit zwemmen kunnen gaan. Met Symon Zilvertong had hij die domme fout tenminste niet meer begaan. Zie je wel, vader? had hij willen schreeuwen. Zie je hoe snel ik mijn lesje leer?

Samwel

Boven op de zolder was een vrouw luidruchtig aan het baren, terwijl beneden bij het vuur een man op sterven lag. Samwel Tarling zou niet kunnen zeggen wat hij beangstigender vond.

Ze hadden de arme Bannen met een berg vachten bedekt en het vuur hoog opgestookt, maar toch bleef het enige wat hij kon zeggen: ‘Ik heb het koud. Alsjeblieft, ik heb het zo koud.’ Sam probeerde hem uiensoep te voeren, maar hij kon niet slikken. De soep liep even snel zijn mond weer uit en zijn kin over als Sam hem naar binnen lepelde.

‘Die is dood.’ Knauwend op een worstje bezag Craster de man met een onverschillige blik. ‘Het zou vriendelijker zijn hem een mes in zijn bast te steken dan een lepel in zijn keel, als je ’t mij vraagt.’

‘Maar we vragen het niet aan jou.’ Reus was maar vijf voet lang — zijn echte naam was Bedwijck —’ maar niettemin een fel kereltje. ‘Doder, heb jij Craster om zijn mening gevraagd?’

Sam kromp ineen bij die naam maar schudde zijn hoofd. Hij schepte de volgende lepel vol, bracht die naar Bannens mond en probeerde hem tussen zijn lippen te schuiven.

‘Voedsel en vuur,’ ging Reus verder, ‘dat is alles wat we je gevraagd hebben. En dat eten gun je ons niet eens.’

‘Wees blij dat ik jullie dat vuur nog wel gun.’ Craster was een dikke kerel die er nog dikker uitzag door de voddige, onwelriekende schapenvellen die hij dag en nacht droeg. Hij had een brede, platte neus, een mond die aan een kant omlaag hing en een ontbrekend oor. En al waren zijn vervilte haar en zijn verwarde baard grijs en hier en daar zelfs al wit, zijn harde, knokige handen leken nog sterk genoeg om iemand pijn te doen. ‘Ik heb jullie te vreten gegeven wat ik kon, maar kraaien hebben altijd honger. Als ik niet zo godvrezend was had ik jullie weggejaagd. Dacht je dat ik er behoefte aan heb om lui over de vloer te hebben die gaan liggen creperen? Dacht je dat ik behoefte had aan al die monden, mannetje?’ De wildling spuwde. ‘Kraaien. Nou vraag ik je, wanneer heeft een zwarte vogel ooit iets goeds in huis gebracht? Nooit. Nooit.’

Er liep nog meer soep uit Bannens mondhoek die Sam opdepte met een slip van zijn mouw. De ogen van de wachtruiter waren open, maar zagen niets. ‘Ik heb het koud,’ zei hij weer, bijna onhoorbaar. Een maester had misschien geweten hoe hij te redden was, maar ze hadden geen maester. Negen dagen geleden had Kets Witoog Bannens verbrijzelde voet geamputeerd. Er was een straal pus en bloed uitgekomen waar Sam misselijk van was geworden, maar het was te weinig geweest en te laat. ‘Ik heb het zo koud,’ herhaalden de bleke lippen.

In de hal zat een twintigtal haveloze zwarte broeders op de vloer gehurkt of op ruwe houten banken bekers van dezelfde waterige uiensoep te drinken en op hompen hard brood te knagen. Sommigen waren er zo te zien nog erger aan toe dan Bannen. Fomio ijlde al dagen, en uit ser Byams schouder drupte smerige gele etter. Toen ze uit Slot Zwart waren vertrokken had Bruine Bemar zakken Myrisch vuur, mosterdzalf, gemalen knoflook, boerenwormkruid, papaver, koningskoper en andere geneeskrachtige kruiden bij zich gehad. Zelfs zoetslaap, dat de gave van een pijnloze, snelle dood bracht. Maar Bruine Bemar was op de Vuist omgekomen en niemand had eraan gedacht maester Aemons medicijnen te zoeken. Heek had als kok ook wel wat van kruidkunde afgeweten, maar die waren ze ook kwijt. Dus werd het aan de overlevende oppassers overgelaten om voor de gewonden te doen wat ze konden, en dat was bar weinig. Hier is het tenminste droog en hebben ze een vuur om zich aan te warmen. Maar ze hebben meer eten nodig.

Ze hadden allemaal meer eten nodig. De mannen morden al dagen. Karl Horrelvoet bleef maar zeggen dat Craster een verborgen voorraad moest hebben en Gars van Oudstee zei het hem al na zodra hij buiten gehoorsafstand van de opperbevelhebber was. Sam had overwogen althans voor de gewonden om iets voedzaams te smeken, maar kon de moed niet opbrengen. Crasters ogen waren kil en gemeen, en zodra de

Добавить отзыв
ВСЕ ОТЗЫВЫ О КНИГЕ В ИЗБРАННОЕ

0

Вы можете отметить интересные вам фрагменты текста, которые будут доступны по уникальной ссылке в адресной строке браузера.

Отметить Добавить цитату