‘Mijn mutant, zoals Pjotr zou zeggen.’ Ze keek naar hem; ze kon meer opmaken uit zijn schouders en ruggengraat en ingewanden dan uit dat uitdrukkingsloze spitse gezicht.

‘Over graaf Pjotr gesproken,’ zei hij, en toen zweeg hij. Zijn handen haakten zich om elkaar tussen zijn knieen en spanden zich. ‘Ik was van plan er met de admiraal over te praten. Ik had er niet aan gedacht om met u te praten. Ik had aan u moeten denken.’

‘Altijd.’ Wat zou er nu komen?

‘Er kwam gisteren een man naar me toe. In de gymzaal. Niet in uniform, geen insignes of naamplaatje. Hij bood me Elena aan. Elena’s leven, als ik graaf Pjotr zou vermoorden.’

‘Wat verleidelijk,’ flapte Cordelia eruit voordat ze zich kon inhouden. ‘Wat voor, eh, waarborg bood hij?’

‘Dat vroeg ik me ook al snel daarna af. Ik zou diep in de stront zitten, misschien zou ik geexecuteerd worden, en wie zou er dan zorgen voor het bastaardkind van een dode? Ik ging ervan uit dat het oplichterij was, gewoon weer oplichterij. Ik ben hem gaan zoeken en heb naar hem uitgekeken, maar ik heb hem sinds die tijd niet meer gezien.’ Hij zuchtte. ‘Het lijkt nu bijna een hallucinatie.’

De uitdrukking op Droe’s gezicht was een studie van enorme ongerustheid, maar gelukkig zat Bothari van haar af gedraaid en zag hij het niet. Cordelia wierp haar een snelle bestraffende frons toe.

‘Heb je hallucinaties gehad?’ vroeg Cordelia.

‘Ik geloof het niet. Alleen nare dromen. Ik probeer niet te slapen.’

‘Ik… zit zelf ook met een dilemma,’ zei Cordelia. ‘Zoals je me Pjotr hebt horen vertellen.’

‘Ja, mevrouw.’

‘Heb je gehoord van de tijdslimiet?’

‘Tijdslimiet?’

‘Als hij niet wordt onderhouden, zal de replicator binnen zes dagen onvoldoende functioneren om Miles in leven te houden. Aral vindt dat Miles niet in groter gevaar verkeert dan de familieleden van zijn stafleden. Ik ben het daar niet mee eens.’

‘Achter zijn rug heb ik andere geluiden gehoord.’

‘O?’

‘Ze zeggen dat het bedrog is. Dat de zoon van de admiraal een soort mutant is, niet levensvatbaar, terwijl zij de kans lopen gezonde kinderen kwijt te raken.’

‘Ik geloof niet dat hij beseft… dat iemand dat zegt.’

‘Wie zou het in zijn gezicht durven herhalen?’

‘Heel weinigen. Misschien zelfs Illyan niet.’ Hoewel Pjotr het waarschijnlijk wel zou doorgeven, als hij het opving. ‘Verdomme! Niemand, van welke kant dan ook, zou ook maar een moment aarzelen om die replicator op te offeren.’ Ze piekerde even en begon opnieuw. ‘Sergeant. Voor wie werk je?’

‘Ik ben een wapendrager die trouw heeft gezworen aan graaf Pjotr.’ Bothari gaf het voor de hand liggende antwoord. Hij keek nu aandachtig naar haar en er trok een vreemd glimlachje aan een van zijn mondhoeken.

‘Ik zal de vraag anders formuleren. Ik weet dat de officiele straften voor een wapendrager die zonder verlof verdwijnt, afschrikwekkend zijn. Maar stel je voor…’

‘Mevrouw.’ Hij stak een hand op; ze zweeg midden in haar zin. ‘Weet u nog dat we op het gazon voor Vorkosigan Surleau stonden, toen Negri’s lichaam in de lichtvlieger werd geladen, en dat de heer regent me zei dat ik uw stem als de zijne moest gehoorzamen?’ Cordelia trok haar wenkbrauwen op. ‘Ja…?’

‘Die opdracht heeft hij nooit ingetrokken.’

‘Sergeant,’ bracht ze uiteindelijk hijgend uit, ‘ik had nooit gedacht dat je zo’n letterknecht was.’

Zijn glimlach werd een millimeter strakker. ‘Uw stem is als de stem van de keizer zelf. Formeel gezien.’

‘Dat is waar,’ fluisterde ze opgetogen. Ze drukte haar nagels in haar handpalmen.

Hij boog zich naar haar over, terwijl zijn handen nu doodstil tussen zijn knieen lagen. ‘Wat wilde u gaan zeggen, mevrouw?’

Het depot voor gemotoriseerde voertuigen was een laag, echoend gewelf waar de schaduwen lang waren door het licht dat uit een kantoortje met glazen muren scheen. Cordelia stond in de donkere hal voor de hefbuis met Droe naast zich te wachten, en zag door de glazen rechthoek in de verte hoe Bothari onderhandelde met de transportofficier. De wapendrager van generaal Vorkosigan tekende voor een voertuig voor de heer aan wie hij trouw had gezworen. De pasjes en legitimatiebewijzen die Bothari uitgereikt had gekregen, werkten blijkbaar prima. De man van het depot duwde Bothari’s kaartjes in zijn computer, maakte een afdruk van Bothari’s handpalm op zijn sensormat en deelde energiek en bedrijvig bevelen uit. Zou dit eenvoudige plan werken? vroeg Cordelia zich wanhopig af. En als het dat niet deed, wat voor alternatief hadden ze dan? Hun geplande route tekende zich voor haar geestesoog af, lijnen van rode lampjes die over een landkaart kronkelden. Niet naar het noorden, in de richting van hun doel, maar eerst naar het zuiden, per grondmobiel het volgende loyale district in. Dan moesten ze het opvallende regeringsvoertuig kwijt zien te raken, de monorail naar het westen nemen naar weer een ander district, dan naar het noordwesten naar nog een ander, en dan in oostelijke richting de neutrale zone van graaf Vorinnis in, het brandpunt van veel diplomatieke aandacht van beide zijden. Pjotrs commentaar echode nog door haar hoofd: ‘Ik zweer je, Aral, als Vorinnis niet ophoudt met proberen van twee walletjes te eten, moet je hem hoger ophangen dan Vordarian zelf als dit voorbij is.’ Dan het district van de hoofdstad zelf in, en dan op een of andere manier de afgesloten stad in. Een ontmoedigend aantal kilometers om af te leggen. Het kostte zoveel tijd. Haar hart trok naar het noorden als een kompasnaald. Het eerste en het laatste district zouden het ergst zijn. Arals troepen zouden bijna een groter gevaar kunnen vormen voor deze onderneming dan die van Vordarian. Haar hoofd tolde van alle bij elkaar opgetelde onmogelijkheden.

Stap voor stap, zei ze streng tegen zichzelf. Een stap tegelijk. Eerst weg zien te komen van de basis Tanery; dat zou wel lukken. Verdeel de oneindige toekomst in blokjes van vijf minuten en handel ze stuk voor stuk af.

Zie je wel, de eerste vijf minuten waren al voorbij, en er verscheen een snelle en glanzende generale- stafmobiel uit een ondergrondse garage. Een kleine overwinning, als beloning voor een beetje geduld en lef. Wat zou groot geduld en lef wel niet kunnen brengen? Oordeelkundig inspecteerde Bothari het voertuig, alsof hij eraan twijfelde of het wel goed genoeg was voor zijn baas. De transportofficier wachtte ongerust af en leek wel leeg te lopen van opluchting toen de wapendrager van de grote generaal, na zijn hand over de kap te hebben laten glijden en met een frons naar elk minuscuul stofje te hebben gekeken, het schoorvoetend accepteerde. Bothari bracht het voertuig naar de hal voor de hefbuis en parkeerde het zodanig dat je vanuit het kantoortje niet kon zien wie er instapte.

Droe bukte om hun reistas op te pakken, die een zeer vreemde verzameling kleding bevatte, waaronder de souvenirs uit de bergen van Bothari en Cordelia, en hun kleine assortiment wapens. Bothari stelde de polarisatie van de achterkap in op spiegelreflectie en liet hem omhoogkomen.

‘Mevrouw!’ De bezorgde stem van Kodelka riep vanuit de deur van de hefbuis achter hen. ‘Wat gaat u doen?’

Cordelia vloekte binnensmonds. Ze vertrok haar woeste gelaatsuitdrukking tot een verrast glimlachje en draaide zich om. ‘Hallo, Ko. Wat is er aan de hand?’

Hij keek fronsend van haar naar Droesjnakovi naar de reistas. ‘Ik vroeg het als eerste.’ Hij was buiten adem; hij had waarschijnlijk een paar minuten achter hen aan lopen jagen nadat hij haar niet in het appartement van Aral had gevonden. Een boodschap op een ongelegen tijdstip.

Cordelia hield de glimlach vast op haar gezicht terwijl ze een visioen kreeg van een beveiligingsteam dat uit de hefbuis sprong om haar te arresteren, of in elk geval haar plannen. ‘We… gaan de stad in.’ Zijn mond werd smal van scepsis. ‘O? Weet de admiraal dat? Waar is Illyans team voor het buitengebied dan?’

‘Vast vooruitgegaan,’ zei Cordelia doodleuk.

De kleine kans dat dit waar kon zijn deed zowaar een flikkering van twijfel in zijn ogen verschijnen. Helaas was dat maar voor een ogenblik. ‘Wacht eens even…’

‘Luitenant,’ onderbrak sergeant Bothari hem. ‘Kijk hier eens naar.’ Hij gebaarde naar de achterbank van de stafmobiel. Kodelka bukte zich om te kijken. ‘Wat?’ vroeg hij ongeduldig. Cordelia kromp ineen toen Bothari Kodelka met de rand van zijn open hand in zijn nek sloeg, en kromp opnieuw ineen bij de zware dreun van Kodelka’s hoofd dat tegen de binnenkant van de andere zijde van de mobiel sloeg na een krachtige lancering bij nek en broekriem door Bothari. Zijn degenstok kletterde op de bestrating. ‘Naar binnen.’ Bothari’s stem was een gespannen, laag gegrom en ging vergezeld van een snelle blik door het depot naar het kantoortje met de glazen

Вы читаете De planeet Barrayar
Добавить отзыв
ВСЕ ОТЗЫВЫ О КНИГЕ В ИЗБРАННОЕ

0

Вы можете отметить интересные вам фрагменты текста, которые будут доступны по уникальной ссылке в адресной строке браузера.

Отметить Добавить цитату